Een eigen vakantiehuis kopen of een levenslang vakantiebudget? Dit is de rekensom
Op vrijdag de auto in, de sleutel omdraaien en het weekend is begonnen. Zo'n eigen vakantiehuis klinkt als hét perfecte plan. Maar is het financieel en praktisch gezien ook de slimste keuze? Want naast de aanschafprijs krijg je te maken met onderhoud, vaste lasten en belastingen. Misschien kun je dat geld wel heel anders inzetten, met een flexibel vakantiebudget als resultaat. We did the math en zetten de voor- en nadelen op een rij voor je.
Het grootste voordeel van een eigen vakantiehuis is natuurlijk dat je altijd een eigen plek hebt. Je richt het in zoals jij dat wilt, laat die vakantiekleren en o zo lekkere fles wijn gewoon liggen en kunt spontaan een weekend weg wanneer je maar wil. Bovendien kun je het huis verhuren als je er zelf niet bent, om een deel van de kosten terug te verdienen. Maar er zit ook een andere kant aan de medaille. Zo heb je hoge vaste lasten. Denk aan parkkosten, verzekeringen, belastingen en eventuele erfpacht. Ook krijg je te maken met onderhoud en ander gedoe. Van schilderwerk en tuinonderhoud tot die lekkende kraan. Je moet er zelf naartoe of iemand betalen om het op te lossen. En last but not least: je eindigt altijd op dezelfde bestemming. Als je eenmaal flink hebt geïnvesteerd in één plek, kan het voelen alsof je er ook vaak naartoe moet. Terwijl er nog zoveel andere mooie plekken te ontdekken zijn.
Wat als je het even helemaal anders aanpakt? Stel dat je de 200.000 euro die je anders aan een vakantiehuis zou besteden, op een spaarrekening zet of verdeelt over spaardeposito’s. Via een platform als Raisin kun je de spaarrentes bij verschillende Europese banken vergelijken en kijken waar je geld rente kan opleveren. Die rente kun je vervolgens gebruiken voor je vakanties.
Kies je voor een deposito met een vaste rente, dan staat die rente gedurende de afgesproken looptijd vast. Zo weet je vooraf hoeveel rente je ontvangt, zolang je je aan de voorwaarden houdt. Houd er wel rekening mee dat je het geld meestal niet zomaar tussentijds kunt opnemen.
We rekenen even met een startbedrag van 200.000 euro en een rente van drie procent per jaar. Dat levert in dit rekenvoorbeeld 6.000 euro rente per jaar op. Als je dat bedrag volledig aan accommodatie besteedt, komt dat neer op ongeveer vier vakantieweken van 1.500 euro per week, of zes weken van 1.000 euro.
Het idee is dus eigenlijk heel simpel. Je gebruikt de rente voor je vakanties en laat het startkapitaal staan. Je hebt geen onderhoud, parkkosten of andere vaste lasten van een eigen vakantiehuis. Belastingen en andere vakantiekosten, zoals vervoer en uit eten gaan, zijn niet meegerekend. In de praktijk hangt de opbrengst natuurlijk af van de rente, de voorwaarden, belastingen en inflatie.
Uiteindelijk draait het natuurlijk allemaal om wat jij het belangrijkste vindt. Een eigen vakantiehuisje past bij je als je graag een vaste, vertrouwde uitvalsbasis hebt en het niet erg vindt om tijd en geld aan onderhoud en eventueel verhuur te besteden.
Ga je liever ieder jaar ergens anders naartoe? Dan is een flexibel vakantiebudget het overwegen waard. Het ene weekend een huis met sauna op de Veluwe, de volgende vakantie een villa aan de Franse Rivièra. Geen vaste lasten voor een tweede huis, geen klusweekenden en alle vrijheid om te kiezen.