Mount Everest Base Camp lopen: The Ultimate Hike – deel 1, de voorbereiding
De ultimate wandeltocht der wandeltochten is Mount Everest Base Camp. De berg der bergen, met een top op 8.848 meter. Everest Base Camp ligt op ongeveer 5.400 meter en alleen dáár komen is al een prestatie van formaat. De top bereiken is weer een heel ander verhaal en van een compleet ander niveau. Base Camp is alvast een flink eind in de goede richting, dus laten we letterlijk stap voor stap beginnen.
Want de Everest Base Camp Trek is niet voor iedereen. Het is een helse tocht. Er zijn momenten waarop je jezelf afvraagt waarom je in hemelsnaam aan deze hike bent begonnen. Hike is in dit geval eigenlijk een understatement, maar we gaan ervoor - tegenwoordig wordt tenslotte een ommetje al als hike bestempeld. Achteraf voelt het als een waanzinnige ervaring die in een flits voorbij lijkt te zijn gegaan. Zo snel zelfs, dat de eerste gedachten over een tweede editie zomaar alweer opkomen.
En dus nemen we je mee op de tocht der tochten. In een drieluik doen we uit de doeken hoe je je voorbereidt, wat je onderweg kunt verwachten, en misschien wel het belangrijkste, hoe het nou écht is om naar Mount Everest Base Camp te lopen. Te beginnen bij het begin: de voorbereiding.
De beste reistijd voor de Everest Base Camp Trek is grofweg het voorjaar en het najaar. Denk aan maart tot en met mei of oktober en november. In het najaar heb je doorgaans heldere luchten en goed zicht op de bergen, terwijl het voorjaar wat warmer is en de natuur meer tot leven komt. Wanneer je ook gaat: houd rekening met flinke temperatuurverschillen. In de zon kan het tijdens het wandelen verrassend warm worden, terwijl het kwik zodra de zon verdwijnt behoorlijk rap kan dalen. En hoe hoger je komt, hoe kouder het uiteraard wordt.
Je reist in eerste instantie af naar Nepal voor een aantal dagen Kathmandu. Niet alleen leuk, maar ook praktisch: de vluchten tussen Kathmandu en Lukla, het startpunt van de tocht, zijn nogal weersafhankelijk en een beetje marge in de planning is dus geen overbodige luxe.
Tijd over? Kathmandu is een belevenis op zich. Tempels, drukte, geuren, kleuren en vooral héél veel te zien. Een indrukwekkende en behoorlijk heftige ervaring zijn de openbare crematies bij de heilige Pashupatinath-tempel, waar overledenen volgens hindoeïstische tradities aan de Bagmati-rivier worden gecremeerd.
En denk je op een dag dat Kathmandu wat bewolkt oogt? Dat hoeft geen bewolking te zijn. De stad kampt met flinke luchtvervuiling en smog, iets waar Kathmandu helaas ook om bekendstaat. Een behoorlijk contrast met de prachtige natuur die de stad omringt. De temperatuur is hier over het algemeen nog aangenaam – geniet er vooral van, want daar komt hogerop verandering in.
Als je denkt dat de wandeltocht zelf niet for the weak is: zo ook de vlucht naar Lukla. Vanuit Kathmandu vlieg je met een klein vliegtuig richting het startpunt van de trek. Lukla Airport heeft niet bepaald de reputatie van Schiphol. De landingsbaan is kort, ligt tussen de bergen en eindigt aan de ene kant tegen een bergwand en aan de andere kant, nou ja, daar wil je liever niet te lang over nadenken. Het gaat uiteraard veel vaker goed dan fout, maar een weesgegroetje is hier wel op zijn plek.
En dan heb je het weer nog. Want een vlucht van of naar Lukla gaat alleen als de omstandigheden het toelaten. Bewolking, minder zicht? Dan kan het zomaar zijn dat je nergens heen gaat. Op de heenweg betekent dat een dag extra in Kathmandu, op de terugweg loop je spaak in Lukla ‘City’. Lukla Airport is namelijk zo groot als het busstation van Lutjebroek, klein dus, maar gelukkig kun je het wachten ook in een koffietentje doorbrengen. Beter. Een beetje flexibiliteit in je reisschema kan hier dus geen kwaad.
Eenmaal in Lukla kan het echte werk beginnen. De klassieke Everest Base Camp Trek duurt ongeveer twee weken heen en terug. Vanuit Lukla loop je via onder meer Namche Bazaar, Tengboche, Dingboche en Lobuche naar Gorak Shep en uiteindelijk Everest Base Camp. Ga je voor de langere route dan pak je ook de berg Kala Patthar mee en met dit extra hoogtepunt krijg je ook een prachtig uitzicht op de Mount Everest cadeau.
Onderweg worden bewust acclimatisatiedagen ingebouwd. Everest Base Camp ligt rond de 5.400 meter en onderweg slaap je meerdere nachten boven de 4.000 meter. Je lichaam moet dus behoorlijk wennen aan de steeds ijlere lucht.
Er zijn verschillende aanbieders en ook de duur van de tocht verschilt. Kijk tussen de Grote Namen, vergelijk de routes en let vooral op het aantal acclimatisatiedagen. Een langere reis geeft je lichaam meer tijd om aan de hoogte te wennen. Ga je sneller omhoog, dan is daar minder tijd voor en neemt de kans op hoogteziekte toe.
En eenmaal in Nepal dan is de gids is je vriend. Die kent de omgeving, kan het weer inschatten, weet wat hoogte met een lichaam kan doen en vooral ook wanneer je níét verder moet lopen. Want de route mag populair zijn, het blijft de Himalaya. Je loopt over hoge hangbruggen, langs diepe afgronden en over steeds ruiger terrein. De beroemde Hillary Bridge kom je bijvoorbeeld ook tegen. Dan is iemand die je hand vasthoudt – figuurlijk of zo nu en dan letterlijk – best prettig.
Trainen, trainen, trainen
Wees je ervan bewust: deze wandeltocht is niet for the weak. Een stevige voorbereiding is het halve werk. Met een goede basisconditie is de tocht haalbaar, maar zorg vooral dat je lichaam gewend is aan wandelen en dan het liefst meerdere dagen achter elkaar. Oefen met je rugzak in het bos en de duinen, maak lange wandelingen en train vooral je uithoudingsvermogen. Heb je voor vertrek al last van pijntjes? Tackel ze. Een trip naar de huisarts of reisarts vooraf is sowieso aan te raden, ook om hoogteziekte en eventuele medicatie te bespreken.
Niet de kilometers, maar de hoogte
Het aantal wandeluren is uiteindelijk niet eens je grootste uitdaging. Dat is de hoogte. De route is bovendien geen prachtig geplaveid wandelpad: stenen, hobbelige paden en behoorlijk onbegaanbaar terrein worden afgewisseld met gelukkig ook wat vriendelijkere stukken. En hoe hoger je komt, hoe meer je de hoogte voelt. Het is slopend. Alsof er stroop door je aderen gaat. Stap voor stap de berg op. Letterlijk. Langzaam en geconcentreerd. Precies daarom is alleen kilometers maken ter voorbereiding niet genoeg; zorg ook dat je benen en lijf tegen ongelijk terrein kunnen.
Uiteraard krijg je van jouw reisorganisatie een paklijst, maar er zijn ook van die tips die niet op dat lijstje staan en die geven we je met liefde mee.
Laagje op laagje op laagje
Bij een georganiseerde reis heb je meestal twee tassen: een dagrugzak die je zelf draagt en een grotere tas die door de porters van lodge naar lodge wordt gebracht. Pak slim, want alles wat je overdag nodig hebt, moet dus in die eerste. Merinowol is je vriend: warm, fijn in laagjes en het gaat minder snel stinken. En geloof ons: uiteindelijk stinkt er genoeg. Ook mee: goede wandelstokken en een CamelBak Reservoir of waterzak. En investeer in een goede dagrugzak. Ga die vooral passen in een outdoorwinkel; je loopt er tenslotte dagenlang mee rond.
Van vrieskou tot volle zon
Een goede slaapzak is geen luxe. Laat je adviseren over welke temperaturen deze aankan, breng ‘m even naar de stomerij, en neem eventueel een liner mee voor extra warmte. Daarnaast gaan een muts, handschoenen, pet, zonnebrand en een goede zonnebril mee. Op hoogte is de uv-straling een ander verhaal, dus smeer ook die handen wanneer de handschoenen uitgaan. Een buff is eveneens een grote kleine lifesaver: fijn tegen wind en kou én om over je mond en neus te trekken wanneer een kudde yaks of ezels voorbij komt en een halve zandweg mee de lucht in neemt.
Dingen waar je jezelf later voor bedankt
En dan de minder voor de hand liggende lifesavers. Vochtige washandjes, bijvoorbeeld. Er zijn douches, maar tijdens een twaalfdaagse tocht kwamen we tot welgeteld twee exemplaren die daadwerkelijk gebruikt konden worden: ze bevriezen regelmatig. Een zeer nihil aantal voor de fervent doucher. Verder: oortjes, een simpel spelletje voor de avonden en een thermoskan met bouillontabletten. Na dagen thee drinken komt die namelijk vanzelf een keer je neus uit en is iets hartigs en zouts een verademing. Kleine dingen in je tas, groot plezier op 4.000 meter hoogte.