Restaurants in Parijs: dit is het lijstje dat je er altijd bij kunt pakken
Op deze site geen gebrek aan Parijs-tips. Zo zijn we. Bij het plannen begint het allemaal met de overnachting, en daarvoor zit je snor met deze all time favoriete hotels in Parijs. Heb je dat gecoverd, dan wil je vast nog wat restaurants in Parijs weten? Hebben we!
Veel van wat de “nieuwe” bistro’s van Parijs worden genoemd, zijn eigenlijk gewoon restaurants met hippe jonge chef-koks die een “line-up” van gerechten maken (lees: ingewikkeld en weinig). Het woord bistro echter betekent “snel” en gaat terug naar een tijd in het begin van de 19e eeuw toen Russische soldaten op de tafels bonkten en “Bystro!” riepen. Het is dus fijn om een plek binnen te lopen die gewoon een Parijse bistro is, en niet de ambitie heeft om iets anders te zijn. Le Bon Georges, beste mensen: een bistro op zijn best, zonder suf of oubollig te worden, maar precies doend wat een bistro hoort te doen.
Amagat is een van onze favoriete restaurants. Alleen de wandeling erheen is al bijzonder: hoek om, nog eens, kinderkopjes over (waardeloos voor mensen op hakken), nog een hoekje om, en ja, daar is het. Een Spaans georiënteerd rete-populair restaurant met natuurwijnen en ambachtelijke bieren, leuke bediening en, zoals gezegd, een op Spanje georiënteerde keuken. Al is alles er nét even wat anders dan anders. Binnen zit je er super leuk (vraag om een plek aan de bar), maar, eerlijk is eerlijk: probeer in de zomer op het terras terecht te komen, dan is de hele bedoening nét een filmset.
O jongens, Le Clown Bar in het 10e arrondissement in Parijs is één groot feest. En ja, ondertussen al door menig boek en blog beschreven (en wellicht zelfs uitgemolken), maar desondanks worden we keer op keer blij als we aanschuiven op het terras van Le Clown Bar (tot nu toe gek genoeg nog nooit binnen gegeten, terwijl dat toch o zo gezellig is). Even terug naar die naam: Clown Bar. Die heet zo omdat het hele interieur een kleurrijke, circusachtige bedoening is en dat is dan weer zo omdat de bar zich (bijna) naast het all year long circus van Parijs bevindt, het Cirque d’Hiver.
Een bar dus, de naam zegt het al, maar niet aan te schuiven voor een drankje. Je komt hier voor uitgebreid tafelen en dat wordt ook wel van je verwacht. Gotta love the French. Dit wil je ook want het menu is fantastisch! Een beetje klassiek en een beetje modern, niks ingewikkelds, alles verrukkelijk. Vervelen hoef je je er, los van het eten, in geen geval: zowel het interieur als het publiek zijn een lust voor het oog. Het zaakje is klein, dus vooral in het weekend zeker even reserveren.
In 2023 is Bistrot des Tournelles ‘bistro van het jaar’ geworden en wij zijn ook fan. Zeker niet de enige, want het is er drukker dan druk en dat heeft de lokale gasten redelijk uit de clientèle verdrongen. En ook al stroomt het vol met toeristen en werkt het succes van de bistro hen soms wat tegen, tegelijkertijd zit je er gewoon verdomd gezellig, eet je er goed en zijn ze er on-Frans vriendelijk.
Een veelbelovende nieuwkomer in de Franse hoofdstad: L’Arlequin. Op papier een restaurant, maar de kaart vertelt een ander verhaal: die leunt meer op een sterke selectie wijnen en kleinere gerechten dan op uitgebreide hoofdgerechten, waardoor het geheel eerder aanvoelt als (zeer) uitgebreide borrel. Denk aan knapperige boeuf bourguignon-kroketten die je gulzig door kruidige mayo haalt, een klassieke pâté en croûte en een royale plank charcuterie die het altijd goed doet. Kom je later op de avond, dan verandert de toon: de muziek een tandje omhoog (vinyl, uiteraard), de sfeer wordt losser en voor je het weet rol je naar buiten.
Buvette
Buvette is een all time favorite. Van New York tot aan Parijs, je kunt hier terecht voor je perfecte (hangover) brekkie, maar ook zeker voor een boozy lunch, een glaasje wijn aan de bar of een diner in de avond. Bij Buvette kun je de hele dag terecht dus.
Dit is nou zo’n bijna too perfect Parijse bistro, maar niks gelogen aan deze zaak. Als je nog nooit in Parijs bent geweest, dan is dit waarschijnlijk hoe je het je voorstelt. Knus, klein, linnen tafelkleden, koperen bar, hangende fabriekslampen en retro gebarsten tegelvloer. Het menu verandert dagelijks, waardoor je hier telkens weer iets nieuws en onverwachts op je bord krijgt. Daarbij is er veel aandacht voor wijn, dus ook in het glas zit je hier altijd goed.
De drempel over en Osteria Góto heet je welkom in een relaxte, warme sfeer waar je je meteen thuis voelt. Precies zoals een goede osteria betaamt. Geïnspireerd op Venetië en de wereld van cicchetti, dat zijn dus kleine hapjes die je in traditionele bacari in Venetië bij een glas wijn krijgt, draait het hier om delen, proeven en blijven hangen. Overdag blijft het simpel en seizoensgebonden: een wisselend lunchmenu met twee voorgerechten, een salade en twee hoofdgerechten om uit te kiezen.
Achter een klassiek interieur met spiegels, kaarslicht en een ouderwetse bar gaat een keuken schuil die het net iets slimmer aanpakt dan je op het eerste gezicht zou denken. Hier geen overdaad of opsmuk, maar borden die leunen op techniek, timing en een scherp gevoel voor balans. Groenten krijgen dezelfde aandacht als vis of vlees en worden met precisie behandeld, vaak licht en zuiver gebracht zodat elk ingrediënt overeind blijft. Visgerechten zijn subtiel en gecontroleerd, zonder zwaarte, terwijl het vlees juist de tijd krijgt: langzaam gegaard, vol smaak en zonder franje geserveerd. Ingetogen, trefzeker en verrassend elegant in zijn eenvoud.
Voor de liefhebbers van de Spaanse keuken: bij Early June Paris moet je wezen. Net buiten het centrum van Parijs, langs het kanaal Saint-Martin (ook mooi meegenomen), zit de hippe tent van onderwerp. Heerlijk eten, althans van wat wij hebben gezien want elke 2 weken verandert de kaart. Een specialiteit en aanrader is de panna cotta (die hebben ze altijd voor je in huis). Het menu gaat gepaard met een uitgebreide wijnkaart, voor ieder wat wils. Early June is leuk, lekker, en eentje om echt niet te missen when in Paris.
We komen natuurlijk naar Parijs om even chique te doen en dat doen we graag bij Lapérouse. Het is er luxe, er zijn mooie kunstwerken én het heeft een vleugje art deco.
Er zijn hier twee verschillende terrassen en twee eetruimtes. In elk van deze ruimtes verwijzen details naar de reis van La Pérouse (een ontdekkingsreiziger die verdween op mysterieuze wijze in 1788): de houten materialen vertegenwoordigen de boot van de reiziger, rieten meubels roepen zijn tropische bestemmingen op en blauwe tinten roepen de oceaan op. Goed over nagedacht dus, dikke vette like.
Le Grand Café is sinds de opening afgelopen zomer hot en happening. Gelegen in het iconische Grand Palais vangt het de spirit van de klassieke Parijse brasserie, maar dan groots en meeslepend en toch intiem genoeg voor een diner voor twee. De plek is van de groep achter hotspots als Loulou Paris en Girafe Paris, en maakt dus onmiskenbaar deel uit van de Parijse scene. Het voelt het als zo’n plek waar Parijs zichzelf nét even extra laat zien. perfect voor lange lunches en avonden die moeiteloos overgaan in cocktails.
Het interieur, ontworpen door Joseph Dirand, mixt warme tinten met marmer, terrazzo en rijke texturen. Op zonnige dagen wil je hier vooral buiten zitten, op het prachtige terras met uitzicht op het Petit Palais, vlak bij de Champs-Élysées.
Hét dakterras van Parijs? Of op zijn minst een wel heel bijzonder goed gelukt dakterras? Restaurant Perruche is de titel, boven het warenhuis Printemps Haussmann (Homme, de mannen) en onthoud die naam tot de volgende zonnestralen! Hoewel het binnen ook niet mis is, dat terzijde. Onze liefde voor geel (okergeel, citroengeel, paasgeel, vuig geel…) wordt er heerlijk gestild, en verder is het een feest voor de decadenten: allereerst een waanzinnig goed uitzicht over de stad, arrogant personeel (tsja) en erg goed hoewel verdomd prijzig eten. Tip: doe er een drankje en een kleine hap; vullen doe je daarna elders.
Ja nee jaaa maar natuurlijk zijn we niet vies van een beetje een hip adres in Parijs. Maar als we moeten kiezen, dan gaan we in de stad toch voor een klassieke brasserie. Zoals deze klassieker: La Coupole Paris. Een klassieker much: de zaak in de wijk Montparnasse in Parijs opende al in 1927… Das dus tijdens de Roaring Twenties, toen Montparnasse bevolkt werd door artistiekelingen zoals schrijvers en kunstenaars. Die liepen de deur plat van het Art Deco-stijl restaurant en die energie hangt er nog steeds wel een beetje. Ook de gerechten zijn klassiek en de staf is op en top Frans (behalve dat hele arrogante: wij werden meer dan vriendelijk geholpen). De specialiteit hier? Fruits de mer! Doe het, ga je fijn vinden.
Er zijn van die merken die direct een wereld oproepen. Ralph Lauren is daar het perfecte voorbeeld van: klassiek, preppy en tijdloos . Die sfeer komt helemaal tot leven bij Ralph’s Restaurant in Parijs, midden in Saint Germain des Prés, op 173 Boulevard Saint Germain. Je stapt een 17e-eeuwse stadsvilla binnen via een indrukwekkende porte-cochère en komt uit op een romantische binnenplaats die voelt als een countryside setting in de stad. Buiten smeedijzer, blauw-witte kussens en elegant gedekte tafels, binnen warme houten balken, leer en klassieke schilderijen. Op de kaart vind je verfijnde klassiekers zoals lobster roll, Caesar salad, maar ook een stevige burger.
Le Mary Celeste
Voor de mensen die niet per se blij worden van een volle kaart en daar eigenlijk alleen maar stress van krijgen, bij Le Mary Celeste staat er niet heel veel op de kaart, dus hup weg stress. Alles wat er op staat is goed, dus de verkeerde keuze maken is geen optie. Het is een wijnbar die perfect is om te borrelen en waar je perongelijk toch blijft voor een hapje eten.
Deze bistro is absoluut een favoriet: de zaak was eerst een wijnbar, gerund door de (Schotse!) vader van huidige eigenaresse, Margaux, die tegenwoordig de bediening regelt; haar vriend Romain bestiert de keuken.
Eenmaal binnen loop je meteen tegen een wand vol wijn aan. Een andere muur is bezaaid met een soort kindertekeningen – een quirky ambiance, kun je wel zeggen. We deelden een steak (want grote porties!) met aardappelpuree. De jus kwam apart in een pannetje dat compleet schoon terug naar de keuken ging. De superlieve bediening maakt het plaatje compleet. Hoe vaak we er ook zijn geweest, Juveniles levert keer op keer.
Restaurant Django is een populair (en hip) tentje in Parijs, op de heuvel richting de Sacre Coeur. Wees gerust; geen toeristen die de stoelen op het terras bekleden – nee, het zijn de rasechte locals die hier heel graag plaatsnemen. Reserveren is een must dus leg die datum meteen vast wanneer je je Thalys ticket boekt.
Bij Django heerst een gezellige sfeer en is de keuken dik in orde. Ook voor een lekker glas (of fles) wijn ben je hier bij het goede adres. Enne: vlakbij van tal van favorieten! Hotel Grand Pigalle zit aan de overkant, Hotel Amour is vlakbij en Bavette is om de hoek
De buurt van Frenchie Pigalle mag inmiddels bekend zijn (Pigalle dus, niet te missen). Je komt er o.a. voor restaurant Django maar vlak zeker ook Frenchie Pigalle niet uit! Het is de chef en zijn gerechten die het hem doen hier. De bekende chef van Frenchie (die voorheen vooral met alle zaken in Rue du Nil ofwel Rue du Frenchie zat) wilde in de wijk Pigalle een casual plek neerzetten. Laagdrempelig, knus, gezellig. Gelukt hoor. Het interieur is fijn en zorgt ervoor dat je meteen wilt neerploffen. Gezellige bankjes, knusse hoekjes. De kaart is een groot feest, vooral de gerookte ricotta is een parel en een foto waard – diepe diverse kleuren die het bord sieren. Het restaurant huist in Hotel Grand Pigalle, ook een aanrader.
Alleen al het interieur en de ambiance van het kleine Gros Bao verdienen een pluim. Fotowaardig sowieso. Het rood-blauwe tentje valt meteen op en trekt je, of je nu tijd hebt of niet, naar binnen. Wat je er eet? Heerlijke hot buns, dumplings, noedels, te lekkere tofu en fantastische kipgerechten.
Bovendien is het een hele goede stop als je een low budget avond voor ogen hebt, of behoefte hebt aan een kort (niet te lang) diner. Buurtje krijgt ook 10 punten.
Aan de Rue Jean-Baptiste Pigalle draait bij Dumbo alles om de smashburger: simpel, snel en goed uitgevoerd. De focus ligt op een perfect gegrilde patty met crispy randjes, zacht brood en klassieke toppings. Comfort food op hoog niveau. Het is een typische grab-and-go spot met een kleine zitplek aan de gevel, waar je je burger vaak staand of op een bankje in de buurt opeet. De sfeer is jong, druk en in beweging, met een mix van locals, foodies en toevallige voorbijgangers. Ideaal voor een snelle, maar satisfying stop in het hart van Pigalle. Ondertussen uitgegroeid tot meerdere locaties in de stad maar Le Pigalle was de eerstgeborene.
Le Grand Bain
Le Grand Bain, zusje van Au Passage, doet in alles denken aan Au Passage: zelfs de semi-open keuken achter geruit glas en de donkerblauwe schorten zijn hetzelfde. Het eten – trés Frans natuurlijk – is geweldig. Chef Edward Delling-Williams kookt met bijzondere lokale producten van het seizoen en heeft, zelfs al is dat enorm ‘in’ op het moment (want hij kookt niet omdat het ‘in’ is), een voorliefde voor bijzondere groente. Gezond eten maar met een dot boter. Wat soms ook heel gezond is.
Jah Jah by Le Tricycle is een kleurrijke, ontspannen spot in Parijs waar Afro-vegan comfort food centraal staat. Het menu draait om bowls, streetfood en plantaardige gerechten met Caribische invloeden: kruidig, fris en vol smaak.
Overdag is het er informeel en snel, met een constante stroom aan take-away en korte stops. Later op de dag verandert het in een levendige hangout waar locals en creatieven blijven hangen voor eten en drankjes. Een kleine, wereldse plek in het 10e arrondissement met een warme, laid-back energie.
Bar Omi ligt in het hart van Parijs, vlak bij de Tuileries en Place Vendôme, en voelt als een intieme mix van wijnbar en Japans restaurant, een plek die ze zelf omschrijven als een “spaceship”, wat meteen iets zegt over de moderne, bijna buitenaardse esthetiek.
De focus ligt op strak uitgevoerde sushi en een minimalistische Japanse keuken, met veel aandacht voor product, temperatuur en textuur. Alles wordt met precisie gebracht. Daarbij hoort een zorgvuldig samengestelde wijn- en cocktailkaart die het geheel op een subtiele manier aanvult.
Het stof van het vorige restaurant was nog maar net neergedaald of Emma Rajaud (uit de eventsector) en Julien Chevallier (ex-Parcelles) stonden klaar om de boel op te knappen. De zaak werd gelucht, er kwam een frisse lik verf en alles kreeg een nieuw, eigen karakter. Zo had de wijk er een echte bistro bij, die luistert naar de naam Patine. Dit duo heeft de zaak grondig opgeknapt en verwent ons nu met een verfijnd en klassiek menu.
We schreven er in 2013, toen we deze site nog niet zo lang live hadden, al over en nog steeds is de buurtbistro tegenover de ingang van Le Marché des Enfants Rouges (tip tip tip!! dit is een overdekt marktplein aan de Rue de Bretagne, onopvallend naast de kaasboer. En ook de plek waar jong en yup Parijs zijn verse boodschappen shopt en waar je aanschuift voor een budgetvriendelijke maal). Bij Café Charlot kun je terecht voor een typisch Frans ontbijt, compleet met een eitje, koffie en verse jus. Of voor bagels, hamburgers en friet in een puntzak. Of voor een mean salade Chèvre chaud. En ijs toe van Maison Berthillon, het lekkerste ijs van de stad (volgens Café Charlot).
Arcane 17, een paar deuren verder van Café Charlot, brengt de zuiderse keuken naar Le Marais met invloeden uit San Sebastián en Catalonië. De keuken is productgericht, met vis en seizoensproducten als rode draad, geïnspireerd op de levendige eetcultuur van Barcelona: aan de toog eten tegenover een open keuken, met kleine gerechten die elkaar in tempo opvolgen.
Het interieur combineert een Parijse bistro met een Spaanse tapasbar, uitgevoerd in karmijnrood met leren banken en maritieme details. Centraal staat een grote bar voor aperitief en cocktails, waar de sfeer overdag informeel en ’s avonds intiem en warm wordt.
Bouillon d’Amsterdam heeft zijn intrede gedaan in de stad en het is meteen booming business. Zo booming zelfs, dat de zaak al na één maand de opening van een tweede vestiging aankondigt. Dan zit het wel goed. Toch is het concept allesbehalve nieuw. De Amsterdamse bouillon heeft duidelijk gekeken naar zijn Parijse voorgangers, waar dit soort volksrestaurants al sinds eind 19e eeuw een vaste waarde zijn. Ooit opgezet om de arbeidersklasse en gewone Parijzenaren snel, warm en betaalbaar te voeden, is het concept sindsdien nauwelijks veranderd gebleven.
In zo’n klassieke bouillon is de sfeer altijd levendig: obers in traditionele uniformen die met vaste hand je bestelling op het tafellaken noteren, de reuring van de gasten en het Art Nouveau-decor met spiegels die die typische drukte nog eens extra benadrukken. Reserveren doe je er niet, je sluit aan. En juist dat hoort bij de charme. In Parijs vind je er drie, elk met dezelfde geest maar net een eigen sfeer.
Acid Lactic
Acid Lactic is een nieuwe pizzeria in het 11e arrondissement die precies past in de Parijse foodscene van nu: stijlvol, pretentieloos en volledig gedreven door ambacht. In een intieme, minimalistische setting draait alles om zuurdesempizza’s van oude graansoorten, met een sterke focus op fermentatie en pure smaak. De kaart is klein maar zorgvuldig samengesteld, met zowel klassieke als verrassende combinaties. Aan de bar strijk je neer voor een glas wijn terwijl de pizza’s uit de oven komen met een luchtige, perfect geblakerde korst.
Voor een (zondagse) lunch en/of diner slaan we Chez Janou bijna nooit over. Een klassieker. De op en top Franse brasserie is een cadeautje midden in Le Marais. Hier op de hoek is het terras op mooie dagen dé Franse zomer uit de vakantieboekjes, het menu oer-Frans en de chocolademousse… Oelala…
Dents de Loup in het 9e arrondissement is een moderne slagerij en eetplek in één. Overdag kun je er producten kopen of direct aanschuiven aan de toonbank om te eten wat er vers wordt bereid. Het concept draait volledig om vlees: charcuterie, paté en croûte en langzaam gegaarde gerechten, met een duidelijke nose-to-tail benadering en veel aandacht voor herkomst en kwaliteit. Alles wordt ter plekke gemaakt. Je zit aan stalen tafels of aan de counter, midden in de open keuken. De sfeer is levendig, functioneel en een beetje rauw.
Zoals dat vaak op Parijse manieren gaat: Astair is het goed gelukte project van een drietal Franse know it all’s (op de goede manier). We noemen Jean Valfort, Charles Drouhaut en Jean-François Monfort. Wat je dan krijgt is een prachtig decor (een fantastische bar, plafonds bedekt met een laagje kurk, brass en oranje fauteuils – op de goede manier oranje. De kaart vind je leuk als je een meat lover bent, maar ook een visje valt er te bespeuren en alles wat daartussen en omheen zit. Verder is het vooral gewoon lekker frans.
Achter de deur van 25 Rue de Buci vind je Cassaro’s, een Italiaans restaurant geïnspireerd op de gouden jaren van de Dolce Vita, het “zoete leven” waar we allemaal naar verlangen. Een ode aan Italië in de jaren ’60, maar met een Parijse twist. De sfeer is ongedwongen en levendig, met glazen goed gevuld met negroni’s en Barolo die rijkelijk vloeien. De keuken is een tijdloze viering van klassiekers zoals parmigiana, linguine alle vongole en tiramisù, aangevuld met soms wat gewaagdere interpretaties, al blijven de klassiekers de echte aantrekkingskracht.
Dit is zo’n zaak die je liever eigenlijk voor jezelf houdt, maar toch gaan we hem met je delen. Le Baron Rouge it is. Ruim zat (voor Parijse begrippen dan wel) voor alle vaste stamgasten inclusief jou en je gezelschap. Glazen wijn voor maar drie euro, wie zegt daar nou nee tegen? Wij zeker niet.
Het zit om de hoek van de overdekte markt op Place d’Aligre, dus je hoeft niet eens om te lopen. Al zou je dat ook alsnog moeten doen, mocht je niet in de buurt zijn. Knus van binnen, gezellig buiten op het terroir met een wijn in je hand, die rechtstreeks uit het vat komt. Niks meer aan doen.
Restaurant Janine in het 17e arrondissement is een hedendaagse Parijse bistro van Alexia en Florent Artis, die hun carrière inruilden voor eerlijk, huisgemaakt koken. Het menu is bewust klein: elke dag een paar voorgerechten, hoofdgerechten, sandwiches en desserts, gemaakt met marktverse producten. In een warm interieur met houten accenten, zichtbare groentekratten en klassiek servies draait alles om eenvoud, seizoenen en goed eten.
Als je Parijs plannen even op stapel staan, dan probeer je natuurlijk een reservering te bemachtigen bij restaurant Septime, het restaurant met de iconische trap (en de cover van ons boek Little Escapes net over de grens!). Lukt dat niet, die reservering maken (het boek kopen kun je natuurlijk altijd gewoon doen!), zet dan eens het onbekende Gare au Gorille op je lijstje. Dit restaurant werd geopend door een handjevol offspring van Septime. Vinden doe je restaurant Gare au Gorille op slechts een steenworp van de treinsporen die naar en van het Saint-Lazare treinstation leiden. De twee eigenaren die ooit bij Septime stonden streven er niet naar om in de voetsporen van het befaamde restaurant te treden: uit de hiphop die je al van ver toe schalt blijkt al dat ze vooral een goede bistro willen zijn. Lage drempel, altijd goed en altijd gezellig.
Weinig zo fijn als een ongedwongen avond in Parijs, in een restaurant dat ogenschijnlijk niet zo bijzonder is en daardoor geen hipsters maar liefhebbers trekt. Zin in? Reserveer dan een tafeltje bij de Frenchie. Het restaurant wordt gerund door de Franse chef die zijn bijnaam, Le Frenchie, van Jamie Oliver kreeg toen hij in Londen de potten en pannen bestierde. Hij deed nog wat ervaring op bij de Gramercy Tavern in New York en opende uiteindelijk zijn eigen toko in thuisstad Parijs. Geen tafel? (reserveren doe je bij voorkeur twee maanden van tevoren) Geen paniek. Steek de straat over naar Frenchie Bar a Vins voor een kleinere maar net zo lekkere (bar)hap.
Mocht je je afvragen waar de crème de la crème van Parijs (en die van New York, Londen, Tokyo en de rest van de wereld) gaat eten, in Parijs dus, dan is het antwoord: in restaurant Septime. Hoe ze het voor elkaar krijgen? Net als ieder ander: door gestaag iedere drie weken in te loggen of op te bellen, zeker een halfjaar lang, zo ongeveer de enige manier waarop een avond in het restaurant mogelijk is – de eigenaren doen voor zover bekend niet aan voorkeursbehandelingen. En dat is nou net een van de dingen die een diner bij restaurant Septime Parijs nog begerenswaardiger maakt.
Clamato
Bijna net zo goed en iets gemakkelijker binnen te komen: Clamento, een deur verder, van dezelfde eigenaren. Maar om heel eerlijk te zijn is Clamento misschien wel even favoriet. Iets minder gehyped, ook fijn.
Kodawari Ramen voelt meer als een filmset dan als een restaurant. Zodra je binnenstapt, beland je in een nagebouwde Japanse straat, compleet met neonlichten, houten krukjes en dampende pannen. Alles draait hier om ramen: krachtige bouillons, perfect gegaarde noedels en toppings die precies in balans zijn. De kaart is bewust klein en gefocust, wat de kwaliteit alleen maar ten goede komt. Niet voor niets bekroond met een Bib Gourmand van de Michelin Guide: een erkenning voor uitstekende kwaliteit tegen een goede prijs. Geen lange avonden, maar snel, intens en to the point.
Niet echt op de route: je vindt restaurant Cheval d’or Paris namelijk in het 19e arrondisement. Maar wie ooit aangeschoven is in het lichte, serene (qua inrichting dan) no bullshit restaurant waar het beste van Frankrijk en de Aziatische keuken samen komen, wil vast en zeker nooit meer anders. Beloofd. En dat had je niet verwacht toen je naar binnen ging bij de dieprode rode kitsch-gevel in de Chinese wijk in Parijs. Cheval d’Or (‘gouden paard’) serveert verrukkelijke Chinese gerechten in een Frans jasje. Kokkels in een citroengrasbouillon, heerlijke magere carpaccio met yuzu en sojasaus, rokend hete bao-broodjes gevuld met extreem mals varkensvlees, meer varkensvlees geserveerd bovenop noedels plus een eidooier die wacht om te worden doorboord, witte en groene asperges geserveerd over een verdomd goede witte sesamcrème en een troostende vla-bao met crème pâtissière. NOM.
Nog één laatste drankje?
Daarvoor ga je naar het leuke cocktailbarretje Little Red Door. Van buiten zie je een opvallend rode deur in de voor de rest grijze gevel, je stapt er doorheen en je waant even een avond helemaal in de cocktails. Niets te gek, en smaken zullen ze zeker. Leuk voor een Franse Night out, zo’n gevalletje dat je denkt dat je aan het einde van de avond Frans kunt spreken, zo’n avond hebben we allemaal weleens nodig.