1 maart 2021, door Sanne Carbaat

Jodelahiehoe, Innsbruck – jetzt kommen wir!

1 maart 2021, door Sanne Carbaat

Jodelahiehoe, Innsbruck – jetzt kommen wir!

Innsbruck? Jawohl, Innsbruck. De stad van kerstmarkten, van slenteren langs de rivier, van in de Stube zitten, van echte Tiroolse gerechten, maar ook van verrassend goede bentoboxen op het treinstation, stad van architectuur, van musea, van wintersport en stad van terrasjes pakken, van bier en Aperol Spritz, van zoet gebak en hartige worst.

Innsbruck is er voor de actieveling die gelijk zijn bed uitspringt voor een wandeling in bergen of een tocht op de skies. Innsbruck is er ook voor de slenteraar, de terrashopper. Voor de cultuurverslaafde, voor de geitenwollensokkendrager en voor de hippe student. Het moge duidelijk zijn: Innsbruck is tof voor iedereen en als je er nog niet bent geweest, moet je echt heel heel snel gaan.

 

Alpenzoo Innsbruck

Alpenzoo Innsbruck

Leeuwen in kooien en olifanten zonder plek om te struinen – vinden we zielig en niet echt leuk om te bezoeken. Fijn dat Alpenzoo in Innsbruck het heel anders doet: hier vind je dus geen exotische katten, maar alleen inheemse dieren. Denk aan de bergmarmot, een sneeuwhaas en verschillende soorten lokale vogels. Zeker leuk met het kroost, maar ook voor de volwassen kinderen is het lekker aapjes kijken (maar dan dus niet aapjes, maar berggeiten he). Een extra pluspunt is het uitzicht dat je hebt vanuit de dierentuin: je overziet heel Innsbruck en kan je dus meteen een beetje uitpluizen op welk terras je zo neerploft.

Alpenzoo is minder dan een halfuur lopen vanaf het centrum en volgt voor een groot deel de rivier Inn.

Elferhaus

Elferhaus

Het Elferhaus is zo’n plek waarvan je dacht dat ze niet meer bestaan. Of in ieder geval niet voor toeristen. Je moet een beetje door de rauwheid heen kijken en clean freaks kunnen hier misschien beter niet naar binnen lopen, maar wat een heerlijk en ongedwongen stuk Innsbruck is dit, zeg. Alles is in bar is bruin, van de vloer tot het meubilair, de muren en soms zelfs de oude, doorgerookte mannen. Ze hebben een klassieke, maar goede bierselectie, de menukaart heeft van dat voer dat je echt nodig hebt na een paar halve liters en de mensen die er werken zijn superlief, zelfs als je geen Duits spreekt (en dat is dus echt niet overal zo). Je kan er heerlijk alleen zitten, maar zodra je je iets meer open stelt, heb je meteen een gesprek met whoever toevallig net langsloopt.

Elferhaus heeft een piepklein terras, maar daar wil je helemaal niet zijn. Je moet echt binnen zijn voor die complete ontkenning van alles wat hip en stylish is, en daarom is het een parel an sich.

Tribaun

Tribaun

Beergeek alert, want mensen die niet van de godendrank houden, hebben hier niet veel te zoeken. Of juist wel, want er is echt voor ieder wel iets lekkers vinden. Met achttien bieren op tap is er nogal wat te proeven, maar gelukkig krijg je hulp van de vriendelijke barmannen en -vrouwen. Wil je moutig, hoppig, zoet, fruitig, misschien zelfs zuur? Dat kan dus allemaal. Geen zin om zoveel over bier te lullen, kein problem, want dan bestel je gewoon een flight of beer – vier kleine proefglaasjes op een plankje, en hoef je dus niet meteen rollend naar huis. Het eten is niet perse ontzettend inspirerend, maar wel gewoon prima kroegfood: burgers, hotdogs en pizza, we spugen er niet op hoor.

Die Wilderin

Die Wilderin

Een beetje per ongeluk zijn we op Die Wilderin gestuit, en wat een feestje was dat zeg. Kleine knusse tent, een piano staat midden in het restaurant en is een tafel (ja echt. Zit voor geen meter, maar staat leuk) en het personeel is echt megavriendelijk en weet al je vragen te beantwoorden over de wijn- en spijzenkaart. Omdat Die Wilderin (denk soort van wilde oervrouw die midden in de natuur staat) met het seizoen meekookt, verandert de kaart regelmatig en kan je er zo vaak heen als je wilt. Één van de gerechten die ze wel vast op het menu hebben, is de steak tartare en dat is maar goed ook. Hele fijne wijnkaart (ga voor de Zweigelt, een rode wijn uit Oostenrijk, ge-nie-ten).

De gerechten zijn allemaal Oostenrijkse kost (van de bieren tot aan het paardenvlees. Ja, is lekker), maar dan wel met een moderne twist. Konden we erg waarderen, want die lappen schnitzel en reuzenporties kartoffelsalat zijn na een paar dagen echt te veel. Ook leuk: ze hebben een Wall of Fame met polaroids aan de grote muur. Daar wil je natuurlijk op.

Reserveer wel even van tevoren, want piepklein én erg gewild. Die Wilderin.

 

Nala Individuell Hotel

Nala Individuell Hotel

Zitten we net de hele tijd te schrijven wat je allemaal kunt doen in Innsbruck, komen we nu met de Nala Individuell Hotel en daar wil je dus eigenlijk niet weg. Stop ook maar meteen met kijken en vergelijken met andere hotels, want die halen het bij lange na niet. Ze hebben de leukste kamers (allemaal uniek – individuell): bad met megascherm – de badderbios, of een schattig zolderkamertje met een gekke trap naar je bed of een kamer met een gouden mozaïekmuur voor de rockstars onder ons. Ok, de kamers zijn dus fantastisch, maar uiteindelijk staat of valt je ochtend met het ontbijtbuffet en dat hebben ze hier tot in de puntjes geregeld. Als je het bedenkt, ligt het er, en als je het nog niet had bedacht, ligt het er ook. Het Nala Hotel focust ontzettend op groen en eco, en dat zie je overal terug: bij het ontbijt, maar dus ook op je kamer (geen miniatuurzeepjes, maar grote flessen met bio-shampoo) en op de gemeenschappelijke dakterrassen waar overal planten staan en de zon het grootste gedeelte van de dag schijnt.

Er is dus maar één ding dat je kunt doen: extra nacht boeken, zodat je bij het Nala Individuell Hotel enorm kan chillen.

"

Vanuit Innsbruck kun je supermakkelijk de gratis skibus pakken naar één van de negen (!) skipistes.

"