25 mei 2021, door Maartje

Barts Best Of: Bonaire

25 mei 2021, door Maartje

Barts Best Of: Bonaire

We lost our hart on Bonaire... Het is echt zo. Ja, we zeggen hier op deze website eerder dat, als we ABC-virgins moeten adviseren, onze voorkeur uitgaat naar Curaçao. Dat komt door de veelzijdigheid van dat eiland waarmee Curaçao nét iets meer een allemansvriend is. En ja, we roepen niet zelden dat 'we came as strangers and we left as friends' wanneer we het hebben over het Boardwalk Hotel op Aruba, en ook dat is waar (...). Maar het kleine, o zo sympathieke Bonaire? Dat is toch echt wel een tropische bubbel met je eigen 'my persons' waar je instapt (in die bubbel dus) zodra je het vliegtuig uitstapt en niet meer uitkomt tot het tijd is om naar huis te gaan. Klein maar fijn, dat is hier echt aan de orde van de dag. Hallo Bonaire, until we meet again!

 

En dit is - uiteraard - onze Barts Best of Bonaire, opgedoekt uit onze eigen privé archieven, aangevuld met de actuele know how van een stelletje Bonaire locals.

Jibe City @ Lac Cai en Sorobon Beach

Jibe City @ Lac Cai en Sorobon Beach

Met stip de meest populaire strandtent op Bonaire is (het ook echt een hele gezellige) Jibe City. Een aanrader mocht je Nederlandse gezelligheid op willen zoeken en je willen omringen met vakantiegangers. Bonairians zul je hier echter niet zo snel aantreffen. Nee, die gaan naar de overkant van Lac Baai, de baai waaraan je Sorobon Beach (het strand waaraan je Jibe City dus vindt – volg je ‘m nog?). Bij Jibe City neem je surfles, ook voor dummies overigens, en bij de Hangout Bar lig je met gemak de hele dag… Heerlijk!

Of neem de andere afslag en zet koers naar Lac Cai waar op zondag de vissers aanmeren en de locals al vroeg op de dag samen komen om te zwemmen, te picknicken en te eten van de vis die net binnengebracht is. Kinderen rennen af en aan het lage water in terwijl hun ouders met een Amstel Bright toekijken en heupwiegen op de muziek van een lokale band. De heerlijkheid.

Brass Boer @ Delfins

Brass Boer @ Delfins

Dit vonden wij stiekem – not so stiekem – de lekkerste plek om naar te ontsnappen: het Bonaire based restaurant van horeca iconen Jonnie en Thérèse Boer: Brass Boer. Vinden doe je de strandbrasserie binnen de morgen van Delfins, een vakantie-resort dat opbouwt is uit strakke witte vakantiehuisje en een paar zwembaden én een privé strand. Daar zit dus ook Brass Boer, en niet alleen voor mensen die in het hotel-resort verblijven. Gelukkig maar. Hier zak je neer en doe je je ten minste een middag, het liefst opgevolgd door een avond, te goed aan écht Hele Lekkere Happen en – what else – de niet voor niets befaamde rosé van Thérèse Boer. Vakantie. Ultiem. Alles.

Klein Bonaire

Klein Bonaire

Wat je ook doet, plan een middag in voor Klein Bonaire. Vanaf verschillende punten in Kralendijk vaart een shuttle service naar het verlaten eiland op zo’n 800 meter voor de kust van Bonaire. Je bent er zo. Aanmeren doet je lift aan No Name Beach, het mooiste strand dat we ooit gezien hebben. Het zand witter dan wit, het water blauwer dan blauw én kraakhelder. Unspoiled, dat is Klein Bonaire, en dat zul je weten ook: buiten twee eenvoudige houten overkappingen is er echt he-le-maal niks. Geen plekje waar je water kunt kopen, geen beschutting, niks.

Houd er dus rekening mee dat je genoeg water, zonnebrand en eventueel een parasol meeneemt. Kan je voltallige crew zwemmen, pak dan ook de snorkels in en vraag de schipper om je een paar meter voor de kust van het eiland te droppen zodat je er al snorkelend naartoe kunt. Heus: mooier wordt het niet en je treft er hooguit een mannetje of tien dat hetzelfde lumineuze idee had die dag.

Ocean Oasis

Ocean Oasis

Niet zo authentiek als Jibe City, wel een strandtent uit de boekjes – zoals het heurt en zoals we ze maar wat graag zien, dat is Ocean Oasis. Hier niets dan houten vlonders, dakken van takken, 50 tinten zand en good food wat de klok slaat. Nogmaals: what’s not to like? 

Harbour Village Bonaire

Harbour Village Bonaire

Vanaf het moment dat we het terrein van Harbour Village Bonaire op reden waren we verknocht. Het hotelresort is namelijk alles waar we van houden: kleinschalig met beeldige kamers (lees: suites waar we fulltime zouden kunnen wonen) OP het strand (slaapkamerdeur opengooien, twee stappen zetten en hop: strandzand onder je voeten), met een bijzonder goed restaurant (in een oude boot, de romantiek), meer dan vriendelijke service en alles overal perfect onderhouden. Het hotel bestaat al ruim dertig jaar en waar de meeste hotels van die leeftijd tot de categorie ‘vergane glorie’ behoren, heeft Harbour Village Bonaire datgene dat maar moeilijk in woorden samen te vatten is. Het je ne sais quois van de Caribbean.

Het hotel is charmant en heeft een stijl die van alle tijden is, aangevuld met details zoals frisse blauw-witte kussens die de suites verrassend actueel maken. Hetzelfde geldt voor de stevige rotan meubels en de kleurrijke kunst: precies goed en oh zo ‘2019’. ‘s Ochtends eet je een goed ontbijt in het restaurant: pannenkoeken, vers fruit en een puike eggs benedict onder andere. Daarna hoef je niets anders dan je tussen je suite, een hangmat, de zee en nog een keer het restaurant te begeven.

Of je moet een plons in het zwembad willen nemen, een privé-tocht met een van de hotelboten willen maken (het hotel heet niet voor niets ‘Harbour’ Village) of – uiteraard – willen duiken of snorkelen. Voor dat laatste heeft het hotel een shop waar je alles eenvoudig regelt. Het strand voor de deur is overigens een privéstrand, fijner wordt het niet. Lunchen en dineren in het restaurant kan ook als je geen gast bent.

Ook leuk: de wat ons betreft een van de fijnste strandtenten van het eiland, Coco Beach, ligt naast de deur.

Kite City Foodtruck

Kite City Foodtruck

Bonaire kent meer dan genoeg heerlijke restaurants, maar het lekkerste aten we misschien nog wel bij een doodnormale foodtruck. De Kite City Foodtruck wordt gerund door twee, je raadt het nooit, fanatieke kitesurfers. De twee hadden een eenvoudige droom: kitesurfen en koken, koken en kitesurfen, dag in dag uit. En wat je kunt dromen, kun je naleven. Met de kanttekening dat de plek waar de foodtruck tegenwoordig staat niet de gedroomde plek van de twee is. Ze begonnen aan de andere kant van Bonaire maar mochten daar niet langer staan. Geeft niks: vrijwel tegenover het kleine vliegveld gaan de zaken stiekem nog beter. De spicy tonijnburger is een van de lekkerste dingen die ik ooit gegeten heb (vast ook vanwege de omgeving maar dat terzijde). Overigens vind je het strand van de locals niet bij de bekende, populaire strandtenten maar op een paar meter afstand van de Kite City Foodtruck. Volg de muziek.

Slagbaai National Park

Slagbaai National Park

Voor het ultieme alleen op de wereld gevoel mag je gerust een hele dag uittrekken: op naar het nationale park van Bonaire dat het hele noordelijke deel van het eiland beslaat. Dat is, vanaf Kralendijk, maar liefst drie kwartier rijden, wat een behoorlijk eind is wanneer je bedenkt dat je verder nooit langer dan een kwartier in de auto zit om van A naar B te komen (nog een reden waarom Bonaire zo relaxed is). Bij de toegangspoort van het Washington Slagbaai National Park betaal je 45 dollar entree per persoon. Lijkt veel maar met deze bijdrage kan de overheid het park zo prachtig houden als het is.

En, zoals gezegd: trek er de hele dag voor uit. Gooi een barbecue en volop eten en drinken achter in je auto en zorg dat je aan het eind van de dag alles weer netjes met je meeneemt. Vanaf de poort kun je kiezen voor de lange of de korte route. Je krijgt er ook een plattegrond waarop je precies kunt zien waar je flamingo’s kunt spotten (!), wat de rijpaden zijn en waar Slagbaai is: een prachtige baai en de perfecte plek om je barbecue neer te zetten. Plonsje, hapje, drankje, plonsje. Perfectie. Wel zorgen dat je voor het donker weer weg bent.

 

beeld via Bonaire.nu