São Miguel: het Azoren-eiland – ook wel het Hawaii van Portugal
Na 4,5 uur vliegen land je vanaf Amsterdam op dit enorm tropische eiland: São Miguel, het grootste eiland van de Azoren, met diepgroene kraters, kliffen aan de oceaan en stoomwolken in de lucht door de thermische kraters die je over het hele eiland vindt. De Azoren zijn negen vulkanische eilanden midden in de Atlantische Oceaan, en São Miguel heet niet voor niets ook wel Ilha Verde: het groene eiland. Je kijkt links, je kijkt rechts en je ziet een zee aan bloemen om je heen. Overal grazen de koeien in weidse groene velden, er vliegen prachtige vogels en de autoritten van A naar B voelen alsof je op een andere planeet bent beland. Is dit echt? We moesten onszelf even knijpen. Yes, de Azoren worden ook wel het Hawaii van Portugal genoemd. Zo ver hoef je dus niet te gaan! Zet ze op je bucketlist.
Octant heeft twee hotels op São Miguel, en dat is precies wat je wil. Zo verken je beide kanten van het eiland zonder elke dag uren in de auto te zitten. Onze tip: begin in Furnas (40 min. van de airport) en eindig in Ponta Delgada (5 min. van de airport). Slapen doe je dus bij Octant Furnas ligt midden in een bizar mooi natuurgebied tussen de botanische tuinen. Waar je hier waarschijnlijk het meest tijd gaat doorbrengen is de spa: binnen en buiten zwem je in thermale baden, verwarmd door de natuurlijke bronnen van het eiland. Voor de sportievelingen onder ons is ook een gym en je kunt allerlei spa behandelingen boeken. De kamers kijken uit over de tuinen, en aan het ontbijt zaten we rustig anderhalf uur – alles is hier lekker.
En dan hebben we het nog niet over het restaurant voor diner gehad: deze is topper dan top. Tip: zit aan de bar, dan zie je alles uit de pizzaoven en grill komen. Boek ook zeker de cozido-workshop. Cozido is de traditionele stoofpot van het eiland, en die maak je hier zelf. Met chef Alessandro (vol good vibes en verhalen van zijn reizen over de hele wereld) breng je de pan naar het meer van Furnas, waar vulkanische ovens in de grond zitten. De aarde doet de rest, en ‘s avonds eet je je eigen stoofpot in het. Cirkeltje rond.
Eigenlijk te veel om op te noemen. Dikke tip is Miradouro da Ponta do Sossego met botanische tuinen met uitzicht over de oostkust en de Noord-Atlantische Oceaan. Hier in de buurt is ook het idyllische dorp Nordeste, dat ook wel het mooiste dorp van het eiland genoemd wordt. Waar we zelf het meest waren, is het meer van Furnas. Dit meer ligt op 15 minuten rijden van het hotel. Je kunt hier kajakken en de mooiste wandelingen maken rondom het meer, door de bossen. We gingen zelf ook naar Azores TreeTop Park, om ons weer even 10 jaar oud te voelen en door de bomen te ziplinen en klimmen. Mooiere natuur om je heen dan bij dit klimpark krijg je niet. Oh, en wil je buiten de deur eten: een aanrader is ook Queijaria Furnense, een farm-to-table-restaurant waar je een van de beste steaks van je leven gaat eten. De koeien lopen vrij rond op het weiland in de buurt, en dat proef je echt terug in het vlees. Ook een kaasplank en de passievruchtcheesecake zijn hier niet overbodig.
Voor de tweede helft rijd je naar de andere kant van het eiland, dichter bij het vliegveld: Octant Ponta Delgada, aan de haven. Van hieruit ontdek je weer een heel ander deel van São Miguel. Ook hier een fijne spa, met sauna, stoombaden, een zwembad en een tropische regendouche met olie in de spray. De kamers kijken recht uit over de haven, en aan deze kant gaat de zon onder, dus de skybar met uitzicht over de boten is dé plek voor een sunset drink.
Het restaurant was qua eten misschien wel het hoogtepunt van ons verblijf. Bestel sowieso de squid black rice en de T-bone steak. De service is top: de experience manager boekt al je activiteiten, van paardrijden en de ananasplantages tot een boottocht om walvissen en dolfijnen te spotten. Wil je buiten het hotel eten? Ga naar Petiscaria O Calheta: super hip, geen reserveringen, en hele goede wijnen en vis.
Nog een paar leuke weetjes: hier ligt de oudste theeplantage van Europa, en er groeien enorm veel ananassen die je overal tegenkomt: ook op je bord. Elk restaurant heeft zijn eigen twist op de ananas, of dit nou een likeur, dessert of jam is. Goed om te weten: door de warme golfstroom is het hier het hele jaar door mild, al kan het weer wel vier seizoenen op één dag hebben. Gelukkig zijn wij Nederlanders gewend om goed voorbereid te zijn: laagjes it is.
Dan last but not least: als je één ding doet vanuit Ponta Delgada, hike dan van Vista do Rei naar het dorp Sete Cidades. Je begint langs de rand van de krater van de vulkaan, loopt daarna door weilanden vol koeien, dan door een klein dorp, en via het bos kom je weer terug. Trek er een hele dag voor uit, want het dorp is superknus om doorheen te lopen en je kunt er ook kajakken op het meer. Zelf gingen we lunchen bij Carioca Breezy, waar je heerlijke açaí en Braziliaanse baksels kunt eten, perfect voor na een hike. Met een zonnebloem uit de tuin plaats je je bestelling in de gele onderzeeërbar. De eigenaar heeft ‘zelf de slingers ophangen in je leven’ heel serieus genomen, en je kunt plek nemen in allerlei hoeken van de tuin. Na afloop van de hike plof je in de spa om bij te komen.
Kortom: zelf waren we vijf dagen in de Azoren n hebben nog lang niet alles gezien. Een tweede keer staat dus al op de lijst en we zijn fan!
Vliegen: vanuit Lissabon in 2,5 uur, vanaf Schiphol direct met Transavia in ongeveer 4,5 uur (niet dagelijks)
Slapen: Octant Furnas en Octant Ponta Delgada
Tip: combineer beide hotels, start in Furnas en eindig in Ponta Delgada, vlak bij het vliegveld
Hoe lang: reken minimaal vijf dagen, en geloof ons, je wil eigenlijk langer